Home.
Family.
Work.
Stories.
IFFR Films.
Music and art.
Heaven.
Contact.

Zweden, 1995

 

Inleiding
Van dinsdag 5 tot zondag 10 september 1995 ben ik met 25 collega's van zomaar een ministerie in Nederland op bezoek geweest in Zweden. Op het programma stonden bezoeken aan bedrijven, verschillende ministeries en een werkgeversorganisatie. Verder wilden we zien of het Zweedse model nog bestaat. Zowel tijdens het officiële programma als in de avonduren leverde dat interessante bevindingen op. Maar daarover zo meer.

De Zweedse bossen
Het bezoek begon bij het houtverwerkende bedrijf SCA. In een dag tijd kregen we het hele produktieproces te zien. De eerste stap zijn de kassen waarin twee miljoen nieuwe boompjes worden geteeld. 100 jaar later kunnen die worden omgezaagd en moeten binnen drie weken bij de houtzagerij of papiermolens zijn. Vervolgens blijven planken of papier weer maanden in voorrraad liggen tot de klant zin heeft om de zaak af te halen. Al met al dus een proces van gemiddeld 100 jaar, drie maanden en drie weken.

Het meest boeiend is het kappen van de bomen. Een enorme machine met twee grijparmen zaagt een boom in tien seconden om, ontdoet de stam van alle zijtakken en hakt het geheel in drie of vier stukken. Het gemak waarmee tientallen meters hoge bomen horizontaal worden gehouden bij het verwijderen van de toch grote zijtakken is indrukwekkend. We moesten op afstand blijven op het reeds gekapte en dus kale gedeelte. Wellicht was dat niet vanwege het gevaar van omvallende bomen, als wel doordat het jachtseizoen net was geopend. Dronken Zweden schieten dan op alles wat op vier poten in het bos rondstruint, inclusief verliefde stelletjes op zoek naar paddestoelen.

Zweedse bestuur
Na een dag sjouwen door bossen en houtzagerijen namen we de bus terug van Sundsvall naar Stockholm, een tocht van ruim 400 kilometer over voornamelijk provinciale wegen. Donderdag en vrijdag hebben we de ministeries van industrie, het ministerie van arbeid, het ministerie van gezondheid en sociale zaken, het ministerie van buitenlandse zaken en een werkgeversorganisatie bezocht. Tijdens deze bezoeken is gesproken over onder andere industriebeleid, energiebeleid, marktwerking en buitenlands beleid. De overeenkomsten met Nederland zijn hierbij groter dan de verschillen. De maatregelen die worden genomen en de uitdagingen die er spelen lijken sterk op elkaar. Zo kent ook Zweden een CO2 belasting, een Europees getinte mededingingswet, dereguleringsprogramma's en een positieve houding ten opzichte van verdergaande Europese integratie.

Verschillen zijn er ook. Op energiegebied zijn het grote aandeel kernenergie en de hoge consumptie van electriciteit per capita opvallend. Op marktwerkingsgebied vindt de uitvoering van de mededingingswet plaats in een aparte organisatie en bij het buitenlandse beleid zijn de Zweden sterk voor integratie van de Baltische staten. Om niet al te diep in te gaan op alle verschillen, heb ik de twee meest boeiende eruit gepakt: R&D en arbeidsmarktbeleid.

R&D in Zweden
Zweden staat met onder andere Duitsland en Japan aan de top van de lijst van R&D inspanningen per hoofd van de bevolking. Dit geldt zowel voor de publieke R&D als voor de R&D die door het bedrijfsleven wordt uitgevoerd. De bedrijfs-R&D is met 2% van het nationaal inkomen zelfs twee maal zo hoog als de 1% in Nederland.

De goede R&D score van bedrijven in Zweden is enigszins verbazingwekkend gezien het feit dat de overheid bewust heeft gekozen om R&D subsidies zoveel mogelijk te beperken tot de universiteiten. De internationale trends in de ontwikkeling van nieuwe basistechnologiën spelen meer bij het kiezen van nieuwe programma’s dan de specifieke behoeften van de industrie. Slechts op energiegebied en het aanzienlijke militaire onderzoek is de ondersteuning direct gericht op bedrijven. Slechts 1% van de civiele bedrijfs-R&D wordt daarom gefinancierd door de overheid. Dat de industrie desalniettemin toch veel aan R&D doet is dus opmerkelijk.

De Zweden maken overigens zelf een aantal kanttekeningen bij hun hoge R&D inspanningen. - Een belangrijke verklaring voor de hoge R&D is het feit dat veel van de multinationals hun onderzoek in Zweden verrichten terwijl de produktie veelal in het buitenland plaatsvindt. Dit is natuurlijk positief voor Zweden, maar vertekent wel de R&D intensiteit. Overigens is er zorg dat steeds meer R&D naar het buitenland wordt verplaatst. De recente stagnatie van de R&D uitgaven kan hier een voorteken van zijn. - Veel van de Zweedse R&D vindt, overigens net als in Nederland, plaats bij de zes grote multinationals: Volvo, Saab-Scania, Ericsson, ABB, Astra en Kabi-Pharmacia. - Opmerkelijk is dat de Zweden vinden dat zelfs in de grotere engineering firms er meer sprake is van ontwikkeling dan van onderzoek. Er is geen research cultuur, hetgeen vooral voor de communicatie met de universiteiten nuttig zou zijn. Hetzelfde verhaal is in Nederland te beluisteren. Ook wij vinden dat onze industrie meer engineers dan researchers telt. Het zal wel aan de aard van het beestje liggen.

Daar veel van bovenstaande kanttekeningen zoals gezegd ook voor Nederland gelden, blijven we toch een beetje zitten met de vraag waarom de bedrijfs-R&D zo hoog is. Naast de militaire R&D speelt hierbij ondermeer dat de industrie in Zweden een relatief groter aandeel heeft in de totale economie dan in Nederland. Het aandeel van high-tech industriële sectoren met een hoge R&D intensiteit is daarbij bovendien groot. Het gaat bijvoorbeeld om telecommunicatie, pharmaceutische produkten en defensie-uitrusting.

Na deze uiteenzetting over R&D is een uitstapje naar de nobelprijzen interessant. Nobel (1833-1896) was een Zweed en heeft het dynamiet uitgevonden. Nog voor zijn dood stelde hij prijzen in voor literatuur, natuurkunde, scheikunde en de vrede. Vreemd genoeg wordt de nobelprijs voor de vrede op dit moment beheerd door Noorwegen. De Zweden hebben dit beheer aan de Noren geschonken ter compensatie van een unie waarin de Noren min of meer gedwongen werden opgenomen. Wellicht kunnen we de nobelprijs die onze nieuwe topinstituten eens in de 50 jaar moeten gaan verdienen op soortgelijke manier kopen door Zweden toe te zeggen dat Nederland zich aansluit bij het Scandinavische blok in de EU.

Zweedse arbeidsmarktbeleid
Arbeidsmarktbeleid is het tweede onderwerp waar de verschillen tussen Nederland en Zweden aanzienlijk zijn of in ieder geval waren. Jarenlang had Zweden een werkeloosheid van rond de 1%-3% van de beroepsbevolking. Maar ook Zweden kan de gevolgen van meer internationale concurrentie en, belangrijker nog, arbeidsuitstotende technologische vooruitgang niet ontlopen. Via een recessie, devaluatie van de kroon en daarmee gepaard gaande hoge rente, is het aantal werklozen tot rond de 7% gestegen. Daarbij komt nog een fiks percentage VUTers en de 5% van de beroepsbevolking die in arbeidsmarktprogramma’s zijn opgenomen. Al met al kent ook Zweden 15-20% inactieven.

De actieve arbeidsmarktprogramma’s zijn het grootste verschil tussen Zweden en andere landen. Zweden legt hier sterk de nadruk op en ziet uitkeringen pas als een laatste middel. Dit heeft tijdenlang goed gewerkt, maar, zoals het ministerie van Arbeid toegaf, de effectiviteit neemt zienderogen af als zoveel mensen in dergelijke programma’s zijn opgenomen. De les kan wel eens zijn dat actieve arbeidsmarktprogramma’s juist moeten worden opgezet in tijden van lage werkloosheid en beter zijn in het voorkomen dan in het bestrijden ervan.

Ondanks de hogere werkloosheid blijven de Zweden vasthouden aan de actieve maatregelen. Het stimuleren van de vraag naar arbeid is hierbij het meest belangrijk. De programma’s zijn gericht op werkverschaffing, introduktiebanen, subsidies op het in dienst nemen, scholingsverlof, traineeships etc. Aan de aanbodzijde zijn er tal van trainings- en scholingsprogramma’s, ‘employability institutes’ en herplaatsingssubsidies.

Nadat we in ons dankwoord het ministerie van Arbeid hadden bestempeld als communistisch gingen we op weg naar de kapitalisten. De spreker van de werkgevers vond de directe overheidsbemoeienis maar niets. Maar voor zijn tirade over ambtenaren begon hij met een boeiende historische uiteenzetting over hoe industrialisatie in Zweden is begonnen. Door een aantal dereguleringsmaatregelen rond 1850 (afschaffing gildes etc) begon de Zweedse industrie rond 1870 sterk op te komen. Mensen als Ericsson en Nobel waren de gangmakers.

In 1932 kwam de sociaal-democratische partij aan de macht, iets dat met een korte onderbreking ongeveer 60 jaar zou duren. Tussen 1948 en 1974 was er sprake van sterke groei, waarbij Zweden alleen Japan voor zich moest laten. Toch werd in die periode al de kiem gelegd voor de huidige problemen. Royale pensioensystemen, centrale loononderhandelingen en groei van de publieke sector maakten volgens de werkgevers van Zweden een minder flexibel land. In de jaren 70 is het probleem van werkloosheid vooral opgelost door steeds meer mensen in overheidsdienst te nemen, terwijl de werkgelegenheid in de industrie stabiel bleef. In de jaren 90 verloor de industrie in snel tempo 250000 banen, bijna een kwart van het totaal.

Net als in 1850 zal deregulering noodzakelijk zijn om een antwoord te hebben op de enorme opkomst van Azië. Flexibele beloning, minder job security, een kleinere publieke sector en privatisering/marktwerking zijn hierbij de sleutelwoorden. Toch betwijfelde de spreker of dit wel genoeg is. Er zijn gewoon te weinig energieke ondernemers. De mensen hebben het vermogen om te handelen verloren door de enorme welvaart. Als we echt verder wegzinken is de regel : “it takes half the time you were great to recover”.

De Zweden
Om met de mensen door te gaan en dus ook het informele deel van de reis: volgens de Zweden zijn de Noren simpele zielen die de zaken recht voor zijn raap formuleren. De Denen zijn goedgeluimde feestvarkens en de Finnen zijn een zwaarmoedig en zwijgzaam volk, wier gewoonte na de zoveelste muggebeet gillend in de rondte te rennen in de toeristengidsen nog wel eens ten onrechte als volksdansen wordt omschreven. De Zweden menen oprecht dat zij net zo jolig zijn als de Denen, net zo oprecht als de Noren en net zo filosofisch van inslag als de Finnen. Deze vorm van grootheidswaanzin komt echter niet helemaal overeen met de werkelijkheid. Als algemeen beeld wordt wel eens gesteld dat Zweden moeilijk loskomen. Ten onrechte, want het is veel erger: stijvere harken bestaan er niet. Tijdens alle bezoeken en ongeveer 20 presentaties hebben we welgeteld twee vlotte babbels voorgeschoteld gekregen. De rest hield met hevige knipperreflexen of bibberende ledematen monotone voordrachten. Op buitenlandse zaken was nota bene het hoofd voorlichting al bij zijn inleiding vergeten op welke afdeling hij werkte en moest dat vragen aan de plv adjunct assistent SG naast hem, ook al geen spannende man.

Toch zijn de Zweden geen echte calvinisten. Dat blijkt ook wel uit de 5% die nog naar de kerk gaat. Desalniettemin trouwt nog zo'n 60% in de kerk, maar dat komt doordat men moet kiezen tussen een civiele en een kerkelijke procedure. De civiele procedure in het (overigens schitterende in romantische vikingstijl opgetrokken) stadhuis van Stockholm duurt ongeveer een minuut bij de korte versie (afhankelijk van de lengte van de namen) en drie minuten bij de lange versie.

De Zweedse taal is redelijk gemakkelijk te volgen. Tijdens de twee uur durende vlucht tussen Schiphol en Arlanda, de luchthaven van Stockholm (of Lapland, want het ligt ergens tussenin) is het gemakkelijk onder de knie te krijgen. Brood met kruidenboter is Bröd mit aromatsmör, Trekken is duwen en ölie is bier.

Stockholm
Stockholm is een fraaie stad, gelegen op een chaotisch geheel van eilanden, verbonden met relatief saaie betonnen bruggen. Er zijn een tal van bezienswaardigheden, waarvan het Vasa museum heel bijzonder is. Hier is de in het begin van de 17e eeuw gebouwde oorlogsbodem Vasa te bewonderen. Het schip zonk al in de haven van Stockholm toen het voor de eerste keer de zeilen rees. Het was zo'n blamage voor de regering dat het schip verplicht vergeten werd, vooral na een soort parlementaire enquete, waaruit bleek dat de koning door het opleggen van eigen bouwinstructies eigenlijk zelf schuldig was. Pas 330 jaar later, rond 1955, werd het weer gelicht. Een soort ouderwets RSV drama dus. De Zweedse wateren zullen wel gevaarlijk zijn of de kapiteins meestal dronken, want begin jaren tachtig liep ook een Russische onderzeeër van notabene de Whisky klasse voor de kust van Stockholm vast. Het werd een grote diplomatieke rel, want Zweden was net bezig met het testen van een supergeheime torpedo en bovendien waren er kernwapens aan boord. Pas na uitgebreide inspectie mochten boot en bemanning weer vertrekken. Onduidelijk is of naast het lek in de boot ook het lek in het Zweedse militaire apparaat is gevonden. De radar of geluidsapparatuur die de onderzeeboot hadden moeten horen was toevallig net uitgeschakeld.

Ruim 10 jaar later heeft een ondernemende Fin een onderzeeboot van hetzelfde type van de Russen gekocht en vaart er de havens van de Oostzee mee af. Het is mogelijk de boot te bezoeken. Binnenin is het een en al apparatuur en onder begeleiding van opzwepende Russische muziek krijg je haast de neiging een torpedo te lanceren. Het is nauwelijks voorstelbaar dat er 56 mensen maandenlang onder dergelijke omstandigheden hun werk kunnen doen. Alles is klein, primitief en benauwend.

Uitgaan in Zweden
Minder bedrukkend is het uitgaan in Stockholm. Alhoewel, de alcoholprijzen met 10 gulden voor een biertje geven ook weer geen opgeruimd gevoel. Je krijgt er wel 0,4l voor. Bovendien is het in iedere kroeg mogelijk om met Black Jack iets bij te verdienen. De eerste avond had ik beginnersgeluk en won ruim 25 gulden. Alle plaatjes zijn 10 dus de croupier, bijna zonder uitzondering vrouwen, keek vreemd op toen ik zo nonchalant mogelijk om nog een kaart wenkte toen ik de combinatie vrouw-aas had, denkende dat het 13 was.

Ondanks het gokken, misdadig hoge alcoholprijzen en het hoogste aandeel ongetrouwde moedertjes in Europa (slechts de VS scoort hoger) durven de Zweden kritiek te hebben op het liberale drugsbeleid in Nederland. Ze kennen het onderscheid tussen soft en hard drugs niet en zelfs jongeren pareren elke kritiek op Zweden met ons onverantwoordelijke standpunt over verdovende middelen. Een knappe wilde blonde dronke Zweedse begon onmiddelijk over de wetteloosheid in Amsterdam toen ik 's nachts na sluitingstijd op straat vroeg waar in dit dorp nog kroegen open zijn. Ondanks haar drievoudig aangeschoten toestand, Ze had teveel op, ik sprak haar aan en ik had kritiek op Zweden, een halsmisdaad in dit land, bleven we een half uur in discussie onder het genot van een broodje vette worst, de shoarma variant van Zweden.

Over voedsel gesproken, de Zweedse keuken is vooral sterk in vis, bij voorkeur rauw. Hoogtepunt of dieptepunt hiervan is de zogenaamde surströmmung. Het recept is zeer eenvoudig. Verse haringfilets worden verpakt in sardineblikjes, waarin ze enkele maanden blijven fermenteren. De opzwellende vis doet de blikjes uitstulpen en zodra ze de vorm van een rugbybal hebben aangenomen worden zij geopend volgens een methode die overgenomen is van de explosieven opruimingsdienst. Dat moet bij voorkeur buiten gebeuren en met gasmaskers op. De haring wordt op naar muffe aardappels smakende broodjes gelegd, ingeslikt en weggespoeld met een slok aquavit.

Terugkomend op het Zweedse model wil ik kwijt dat het nog steeds bestaat, dat het minder verzorgend is geworden en dat je er meer zelf voor moet doen. Werkloos toekijken past niet bij het Zweedse model. Het model staat nog redelijk stevig op de benen, behalve als het donker wordt. De uitgaven stijgen dan enorm en zijn moeilijk vol te houden, want het model financiert zichzelf niet. En toch zijn er nog genoeg mensen, ook Nederlanders, die het Zweedse model willen omarmen. Het welzijn neemt immers behoorlijk toe als het lukt.

 

 

 

Business trip Zweden, 1995, in Dutch

Surströmming is an ostensible “delicacy” common to northern Sweden. Referred to as “fermented* or “soured” herring, it is made by putting fresh caught fish in barrels to sit for a couple months, with just enough salt added to suppress the more nasty varieties of bacteria that would propagate in the slurry, otherwise. After two months, the fish is transferred to cans where the “fermentation” process continues, often causing the can to swell (which could equate with the presence of botulism).

The swelling results from the production of carbon dioxide gas through the action of Haloanaerobium , a species of bacterium which feeds upon the fish.

 

Music: Blondje ©