Home. Work. Stories. Films. Art. Heaven. Contact.

in Dutch

Belfast (from the Irish: Béal Feirste meaning "Mouth of the (River) Farset")[1] is the capital city of Northern Ireland and the seat of government in Northern Ireland.[2] It is the largest urban area in Northern Ireland and the province of Ulster, the fifteenth-largest city in the United Kingdom and the second largest city in Ireland. Belfast has been the capital of Northern Ireland since its establishment in 1921 following the Government of Ireland Act 1920. Since its emergence as a major city, it had been the scene of various episodes of sectarian conflict between its Roman Catholic and Protestant populations. These opposing groups in this conflict are now often termed republican and loyalist respectively, although they are also referred to as 'nationalist' and 'unionist'.

Music: Intermezzo ©

Belfast

Begin september 1994 werd Ierland opgeschrikt door twee historische gebeurtenissen. Ten eerste kwam ik met een groep ambtenaren van zomaar een Nederlandse ministerie op bezoek in Dublin. Ten tweede kondigde de IRA eenzijdig een bestand af. Na 25 geweldadige jaren, die het aanzien van Europa hebben geschaad, was er eindelijk uitzicht op een duurzame vrede.

Het zou naïef zijn beide gebeurtenissen los van elkaar te zien. Daarom rij ik zaterdagochtend 3 september in een gehuurde auto aanvankelijk op de rechter-, maar al heel snel op de linkerweghelft, Dublin uit, op weg naar de Noord-Ierse hoofdstad Belfast. De taak die me door de rest van de groep is meegegeven is uit te zoeken of het bezoek van EZ inderdaad tot het neerleggen van de wapens heeft geleid. Of in meer brede zin, bestaat er een verband tussen economische zaken en politiek geweld? Ofschoon een gevaarlijke opdracht, is me tijdens het bedrijfsbezoek aan Guinness door een dronken ober verzekerd dat het verantwoord is.

Bij de grens staat op een groot bord met rode letters "RAMP" aangegeven. Overtuigd dat ik in een rampgebied niet langzaam moet rijden druk ik het gaspedaal in om er in zijn vier achter te komen dat ramp verkeersdrempel betekent. Het volgende obstakel is een rij ijzeren tanden die vervaarlijk uit de weg steken. Ik durf er niet overheen te rijden, maar de auto's achter me gebaren dat ik op moet schieten. Op het gevaar van vier lekke banden af trotseer ik de pennen, maar ze geven gelukkig mee. De militair aan de grens wuift me door. Zo'n sukkel kan geen terrorist zijn.

In Belfast aangekomen zoek ik een parkeerplaats. Het is niet toegestaan om in het centrum te parkeren, vanwege de autobommen, dus ik zoek een plek in een buitenwijk. Ik zet zonder nadenken mijn Ierse katholieke auto voor het huis van een waarschijnlijk protestants gezinnetje, Belfast is immers een protestants bolwerk, en loop naar de stad.

Het centrum is mooi, dat had ik niet verwacht. Belfast wordt altijd neergezet als een sombere stad vol militairen met grijze buitenwijken en een kapotgeschoten centrum. Maar wat ik zie zijn talloze oude gebouwen, een fraai wit stadhuis, een statige opera, een klassieke universiteit, een botanische tuin en een bruisend winkelgebied. De stad is omringd door hoge heuvels en de zee en wordt doorsneden door de rivier de Lagan, die via het havengebied uitmondt in de Ierse Zee. Ik loop wat door de stad, bekijk de winkels en eet koffie met gebak. Alleen jammer dat het regent.

Van een voor ons vertrek op de Nederlandse TV vertoonde documentaire heb ik de indruk gekregen dat Belfast een stad vol sluipschutters en paramilitaire groeperingen is. Maar vandaag is dat in ieder geval niet zo. Vrolijk kijkende mensen winkelen gezellig op zatermiddag. Er zijn maar weinig militairen op straat. Zou het door het bestand of de regen komen? In de hoofdstraat ben ik getuige van de start van de eerste Belfast to Dublin peace run, een estafetteloop voor vrede. De lopers zien er nog fris uit.

Natuurlijk is een al te rooskleurig beeld van Belfast niet juist. Hier en daar is een straat afgezet in verband met veiligheidsmaatregelen. Overal hangen bordjes dat het verboden is om alcohol te drinken in publieke ruimtes in het centrum. En ook de armoedige buitenwijken, waar het meeste geweld is te vinden, blijven buiten mijn gezichtsveld. Een protestantse kerk hangt demonstratief vol met Engelse vlaggen.

Er zijn ook nog maar weinig toeristen. Aan het gastenboek bij de VVV te zien ben ik de tiende toerist deze week. Toch heeft Belfast alles in zich om een toeristische trekpleister te worden. De natuur en de kust van Noord-Ierland zijn schitterend. Dat merk ik als ik terugrij via 'Silent Valley' in het Mourne gebergte in het zuiden. Tien kilometer lang is niets anders te zien dan gele brem en paarse heide die tegen de steile hellingen van de vallei groeien. Ik kom geen auto tegen en de stilte is indrukwekkend. Wat een contrast met de drukte en de spanning van Belfast.

Vlak bij de grens kom ik de peace runners weer tegen. Ze zijn totaal verregend en uiteengeslagen. Sommigen lopen niet eens meer hard. De natte hemdjes maken een armoedige indruk. Ik hoop dat het niet tekenend is voor het vredesproces. Bijna net zo moe als de hardlopers ben ik 12 uur later weer terug in Dublin.

De volgende dag blijkt al hoe fragiel het vredesproces nog is. Een bomaanslag op het hoofdkwartier van Sinn Fein maakt duidelijk dat radicale protestanten nog niet van plan zijn de wapens neer te leggen. Later in de week wordt dominee Paisley zelfs het kantoor van John Major uitgegooid. Maar op weg naar het vliegveld in Dublin kom ik de vredesrenners weer tegen. Ze hebben het toch gehaald.


Top