Home. Work. Stories. Films. Art. Heaven. Contact.

Hoofdstuk 7 De tempel van Madurai


In Madurai wordt ik afgezet op het busstation. Volgens mijn informatie is het Aarathy hotel vlakbij, maar de riksja rijders vragen zulke absurde bedragen dat ik hieraan ga twijfelen. Uiteindelijk laat ik me maar meenemen en inderdaad is het hotel ongeveer 20 minuten rijden. Het busstation blijkt verplaatst te zijn. De stad is druk, de straten kleurrijk. Het is warm, ik schat dat het rond de 35 graden is.

De prijzen in het hotel zijn beduidend hoger dan ik dacht. Maar goed, de kamer heeft airconditioning en dat kan met deze warmte en na de ontberingen van de afgelopen dagen geen kwaad. Het zijn tweepersoonskamers met tv, badkamer en, wonder boven wonder, een handdoek.

Het is zaak om in India op het juiste moment een goed hotel te nemen. Tijdens een lang verblijf in een hete stad als Mudurai is airconditioning heel prettig. Maar airco is weer niet nodig als er 's avonds om een uur of zes al iets van een koele bries is te merken. Bij ziekte is het weer wel handig om overdag in de koelte te kunnen liggen. Een week op een matje in een afgelegen ashram is slechts weggelegd voor Engelsen. Ongedierte in een hotelkamer hoeft geen probleem te vormen, mits het niet de vorm van een plaag aanneemt. Met 10 centimeter lange kakkerlakken is het trouwens uitstekend voetballen. Je kan ze rustig de kamer uitschoppen. Zoete spullen trekken mieren aan en kunnen beter niet in geopende toestand in een koffer worden bewaard. In no-time zijn er duizenden kleine bijtende mieren in een zakje lollies, waar ik tot mijn schade achterkom.

Het is inmiddels half twee en ik besluit om snel naar een bank te gaan om geld te wisselen. Ik ben nog warm van de reis, straks rust ik wel uit. Ik neem een riksja en wordt op een brede straat met veel bomen bij de bank afgezet. Naast de bank is een Indian Airlines kantoor. Daar kan ik mijn ticket van Bombay naar Londen bevestigen, denk ik en loop naar binnen. Er staan drie bureau's in een grote ruimte. Eén van de ambtenaren houdt zich met internationale reizen van Air India bezig, maar hij zit aan de telefoon. Aan de toon te horen is het een privégesprek. Ik wacht rustig en laat hem tien minuten praten. Hij weet dat ik er ben, kijkt af en toe naar me en zit me duidelijk uit te proberen. Als hij me éénmaal te woord staat is hij de vriendelijkheid zelve. Ik ben geslaagd voor het examen geduldig wachten zonder een spier te vertrekken. Hij belooft een telex naar Madras te sturen met mijn 'reconfirmation'. In gedachten besluit ik om het in Trivandrum nogmaals te doen.

Terug in mijn koele kamer rust ik uit en lees wat over Madurai. Madurai ligt in het hart van Tamil Nadu en telt ruim een miljoen inwoners. Het is één van Zuid India's oudste steden en wordt al in de vierde eeuw voor het begin van de jaartelling in stukken beschreven. De belangrijkste attractie is de enorme Shree Meenakshi tempel, die midden in het centrum staat, of liever gezegd het centrum is. Volgens het boek is er niets buiten Disneyland wat op deze tempel lijkt en komen er 10,000 bezoekers per dag. Op mijn bed liggend kan ik mijn ongeduld nauwelijks bedwingen. Om 5 uur is het zodanig afgekoeld dat ik naar de tempel kan gaan.

Ik word afgezet door de riksja voor een enorme toren die van onder tot boven bewerkt is met in felle kleuren beschilderde beelden van goden, dieren en andere wezens. Jammer genoeg zijn grote delen afgedekt met matten in verband met een restauratie, die tot 1997 zal duren, een festivaljaar. Als ik wat verder kijk, blijken er vier enorme torens te zijn, die fungeren als toegangspoorten voor de verschillende windrichtingen. In het hele complex staan negen torens, die tussen de 13e en 16e eeuw zijn gebouwd. Binnen de muren staan twee tempels. De eerste is voor Lord Shiva, ook wel Lord Sundareswaran genoemd. De tweede is voor zijn vrouw Parvati, in Tamil Nadu - Menakshi geheten. Elders in India wordt de tempel van Shiva eerst bezocht, maar hier heeft Parvati voorrang. Beelden van de god en de godin worden 's avonds naar de slaapkamer gebracht waar ze worden verondersteld met elkaar naar bed te gaan. 's Ochtends worden ze gewekt met muziek, schoongemaakt met melk en honing, een nieuw gewaad aangedaan en weer naar de tempel gebracht.

De stenen van het complex zijn nog zo heet dat ik snel ergens ga zitten wanneer ik in het complex ben. Er lopen overal pelgrims rond op blote voeten, maar die schijnen nergens last van te hebben. Naast me komt een man zitten die zich voorstelt als handlezer. Hij heeft een boek met aanbevelingen in verschillende talen bij zich en stelt voor om voor 90 rupies een uitgebreide interpretatie te geven. Tot zijn en mijn verbazing zeg ik gelijk ja zonder verder af te dingen.

K. Mani noemt zich een palmist en woont in de Karugapilaikarastraat 9. Hij neemt mijn rechterhand, meet wat afstanden, bekijkt de lijnen en zet wat punten. Dan noteert hij mijn geboortedatum en trekt er de huidige datum vanaf. Na een oppervlakkige analyse van mijn linkerhand begint Mani een diepzinnige en lange monoloog. Je wordt 81 jaar en zal tot op hoge leeftijd in goede gezondheid leven. Je bent een gevoelige denker met een wetenschappelijke inslag. Je komt uit een respectabele familie, maar je probeert toch onafhankelijk te zijn. Het komende jaar verander je van baan en streef je succes na. Op je 35ste, na de eerste 7 jaar, komt een volgende verandering en krijg je nog meer geld uit een nieuwe activiteit naast je bestaande baan. Op je 55ste heb je genoeg geld voor de rest van je leven, maar ga je toch nog door met werken. Voor je 30ste vind je een goede vrouw met een gelijk karakter en een rijke vader. Je zal één tot vier kinderen krijgen en veel vrienden bezitten. Je bent een leider en zal ideeën aandragen die andere mensen zullen motiveren. Je reist veel, maar met een soort thuisbasis. Er is wel concurrentie, maar die zal je het hoofd bieden. Je bent wel iets naïef, dat had hij ongetwijfeld van die 90 rupies afgeleid, denk ik, te eerlijk en je zal wel eens bedrogen worden (zoals daarnet), maar dat is verder niet serieus. Je geluksgetallen zijn 1, 3 en 6 en je geluksdagen donderdag tot en met zondag. Na je 35ste heb je zoveel levenswijsheid dat je god zal ontmoeten.

Tijdens zijn monoloog zit ik aandachtig te luisteren. Ik ben het met veel wel eens. Zo heeft hij de geluksgetallen bij het rechte eind en ben ik dit jaar al van baan veranderd. We praten wat na over wat ik doe en hoe ik ben. Maar nu wil ik de tempel wel eens zien, dus ik neem snel afscheid, maar niet zonder te beloven een boek over de Nederlandse taal naar hem te sturen.

Ik loop verder over de inmiddels wat afgekoelde stenen. De tempel bestaat, behalve uit de twee voor niet-hindoes niet toegankelijke vertrekken van Shiva en Parvati, uit talloze andere kleine en grote vertrekken, hallen en gangen. Het is een surrealistische vertoning, hetgeen nog wordt versterkt doordat het gaat schemeren. Ik ben blij dat ik morgen terug kan komen op mijn gemak, want nu is het nauwelijks te verwerken. Zoveel indrukken, geuren en bewegingen zijn wat teveel na een drukke dag.

In de tempel zijn ondanks het late uur nog veel kinderen. Kinderen kunnen soms enorm lastig zijn. Ook nu komen er weer twee jongetjes op me afgelopen " Hello Sir. Hello, mompel ik vermoeid terug. What is your name, Sir, houden ze echter vol. My name is Fred, zeg ik kortaf terug. Dan komen ze ter zake. You have schoolpen? en vier vragende ogen kijken me verwachtingsvol aan. No, sorry, but I have something else, here a balloon en uit mijn zakken haal ik het begeerde kleinood. Maar de verwachte rust blijft uit You have two balloons, klinkt het vragend. No, zeg ik bot. But I have sister, sir. Hier helpt niets meer dus ik loop snel weg. Maar dat vinden ze leuk, net als de ballon trouwens. Onsmakelijke geluiden klinken over het tempelcomplex als ze achter me aan lopen. Opgelaten als een ballon verlaat ik het complex.

Buiten kom ik twee Nederlandse meisjes tegen die in Bangalore een stage op het kantoor van de ontwikkelingsorganisatie Hivos lopen. Ze studeren bestuurskunde en nemen het functioneren van de Indiase niet-overheidsorganisaties onder de loep. Ze moeten de trein halen en na een kort praatje zeg ik ze gedag. In dezelfde straat eet ik een 'stuffed eggs and chicken paratha' in een leeg restaurant. De omeletachtige paratha valt wat tegen.

Na het eten loop ik weer naar de inmiddels veel rustigere tempel. De sprookjesachtige sluitingsceremonie is al aan de gang. De zilveren beelden van Meenakshi en Shiva worden op een soort draagbaar vervoerd. Trommels en fluiten begeleiden de stoet met oude indringende muziek. Ondanks het late tijdstip springen jonge kinderen opgewonden om de processie. Wat een gekke stad.

's Ochtends ga ik opnieuw naar de tempel met een wat oudere riksjarijder. Dit zet een kettingreactie van familierelaties in gang. Bij de tempel staat toevallig een broer die kleermaker is. Die kent weer één van de betere gidsen van de tempel. Ik denk even over weglopen en de hele familiemaffia te laten staan. Maar ik ben vandaag in een goed humeur en besluit de gids te nemen en daarna de kleermaker op te zoeken.

De gids spreekt goed Engels en vertelt me naast wetenswaardigheden over de tempel ook veel over de hindoecultuur en religieuze gebruiken. Zo begint hij uit te leggen wat de symboliek is achter het stipje op het voorhoofd bij de vrouwen en de streepjes bij de mannen. Als er een wit en een rood stipje zit is de vrouw gehuwd. Hij wijst op een vrouw die in een hoek in gedachten lijkt verzonken. Als er alleen een wit stipje zit, dan is ze weduwe, en heeft het iedere andere kleur dan is ze ongehuwd. Dat vermijdt een hoop duidelijkheid, zeg ik. Het gaat overspel en vergissingen tegen. Bij mannen zijn horizontale en verticale strepen mogelijk. Horizontale strepen staan voor Shiva en verticale strepen voor Vishnu. Gecompliceerd hoor, zeg ik bewonderend. Het rood-witte motief komt op veel plaatsen in de tempel terug. Kijk maar. Dat is iets wat ik anders nooit zou hebben gezien.

De gids loopt verder door de tempel. - Mader betekent honing, zegt hij, Madurai wordt dus een zoete stad genoemd, maar we zeggen ook wel lotusstad, tempelstad en festivalstad. Waarin verschilt Zuid-India van Noord-India? Oh, er zijn zoveel verschillen. De mensen geloven niet in reïncarnatie in het zuiden. Gehuwde mensen worden verbrand als ze dood gaan en ongehuwde personen begraven. Gehuwde mensen hebben immers een vervuld leven gehad. Dat vind je niet in het Noorden. De Zuidelijke Indiërs geloven ook in hemel en hel, maar hebben een iets flexibelere opstelling ten opzichte van het vagevuur dan in Europa. Wij kunnen zelfs tot de koning van de hel bidden, zodat onze nabestaanden waarvan we betrekkelijk zeker zijn dat ze daar terecht komen, er toch een relatief prettige tijd hebben.

Net als in Mahabalipuram krijg ik te horen dat alle goden hun eigen vervoermiddel hebben. Parvati heeft de papegaai en haar tempel hangt dan ook vol met kooien met deze vogels. Shiva kan gebruik maken van de stier in de stad en het paard op het platteland.

Mensen komen vooral naar de tempel om oplossingen voor problemen te vragen, zegt de Gids. Is dat alles, vraag ik. Het klinkt zo materialistisch. Tsja, jullie westerlingen denken dat wij allemaal zo spiritueel bezig zijn. Maar dat valt tegen hoor. Het is bijvoorbeeld mogelijk om voor bepaalde problemen een ceremonie uit te laten voeren. De kosten hiervan kunnen tot 1250 rupies lopen en zijn naar draagkracht. Indien men het geld niet heeft kan ook het eigen haar worden geofferd en wordt de hoofdhuid met geel poeder bestrooid. Ja, ik heb al veel mensen met een kaal geel hoofd gezien. Het ziet er bijzonder spiritueel uit, vooral als je het verhaal erachter niet kent. Ik vraag me af hoeveel geflipte westerlingen op zoek naar het spirituele dit hebben nagedaan zonder te weten dat ze voor armoedzaaiers worden aangezien.

Bewegingen van gelovigen in de tempel zijn onnavolgbaar voor de leek. Mensen maken de vreemdste bewegingen tegen elkaar en de talloze beelden die ze vereren. Voor sommige beelden rolt men zich over de grond. Ganesh, de god met olifantskop, wordt vereerd door tientallen op en neer springende gelovigen, die tegelijkertijd met gekruiste armen aan hun neus en oorlellen trekken. Het jezelf drie keer op verschillende manieren slaan en daarbij kniebuigingen maken is het vragen om vergeving van de zonden, zegt de gids. Ik vraag het maar niet, maar ik denk dat het drie keer slaan van anderen tot soortgelijke problemen als bij ons leidt. In het dagelijkse leven is het boven het hoofd samendoen van de handen voor het richten tot de goden, de handen voor het gezicht bedoeld voor het groeten van een leraar en de handen voor het hart voor het groeten van alle andere mensen. De gids doet alle bewegingen voor en ik neem me voor om ze te onthouden.

Een bijzonder gedeelte van de tempel is de 'shrine' waar de mensen als dwazen omheenlopen. In het bouwwerkje worden de zon, de maan en negen planeten uitgebeeld. Met de handen boven het hoofd draaien de mensen hun rondjes en ik voel me een beetje opgelaten als ik me met de stroom mee laat voeren.

Astrologie speelt een belangrijke rol in het hindoeïsme, vertelt de gids. Zo is de kleur van de trouwjapon bepaald door de horoscoop. Geel is voor jupiter, rood voor mars en roze voor de zon. Naast de planeten zijn er bijvoorbeeld ook de schorpioen en de vis, die beiden voor een blauwe jurk staan. Hoe duur is een trouwjurk, informeer ik. Sir, een trouwjurk kost u tussen 3.000 en 50.000, zegt hij plechtig alsof ik van plan ben er onmiddellijk één te kopen. Hij is nu niet meer te stoppen. In de stad trouwen de jongedames rond hun 18de, terwijl de meisjes buiten de stad al op hun 14de worden uitgehuwelijkt. De slaapkamer, voor zover beschikbaar, wordt met jasmijn volgehangen en de bruid wordt door haar moeder voorgelicht. Ze moet alles doen wat haar man wil. Om dit te controleren krijgt ze een setje glazen armbanden om, die binnen 8 dagen onder het geweld van het liefdesspel moeten zijn gebroken. De man heeft dan zijn plicht gedaan en voor de rest van het huwelijk is een goed seksleven verzekerd. Ik vraag me onder het verhaal van de gids af hoeveel huwelijksnachten met slagaderlijke bloedingen zijn geëindigd, maar hij zit het zo ernstig te vertellen dat ik mijn flauwe grapjes maar voor me hou.

Dan komen we bij het beeld van Shiva en Kali. De zwarte godin zit vol met geplette gele boterballetjes, terwijl Shiva duidelijk minder vol zit. Het beeldhouwwerk is een danswedstrijd tussen de twee goden, die Shiva uiteindelijk wint. Hij slaagt erin om zijn been boven het hoofd te houden zonder te stoppen met dansen. Dit lukt Kali niet en boos wendt ze zich af. Om haar weer mild te stemmen gooien de mensen de boterbolletjes naar haar toe, die ze even tevoren voor een paar cent bij een priester hebben gekocht. Het beeld van Shiva zit ook een beetje vol, omdat niet alle mensen het verhaal kennen. Als er eenmaal ook boter zit op de al uiterst goedgehumeurde Shiva gebeurt hetzelfde als met het niet meer helemaal schone perron van de metro. Het wordt volgegooid.

Ook in de rest van de tempel zijn mensen bezig met de vreemdste activiteiten. Op half afgebroken pilaren branden kleine vuurtjes of liggen hoopjes poeder. Mensen steken hun handen in het vuur en zo gaat het maar door. Er is hier zoveel te zien en te beleven, dat ik het af en toe niet kan bevatten.

Nadat de gids zijn werk heeft gedaan, geef ik hem het dubbele tarief. Hij heeft zoveel verteld. Ik word feilloos afgeleverd bij de kleermaker die daar waarschijnlijk al die tijd is blijven wachten. Het probleem is niet zozeer dat ik niet met hem meewil, het is erg boeiend om de diverse ambachten te bekijken. Probleem is dat het niet kopen veel moeilijker is als je eenmaal mee bent gegaan. Gelukkig zijn kleren minder duur dan edelstenen en heb ik geen vrouw bij me.

In de oude markthal zitten minstens 50 kleermakers op een rij. De machines waar ze mee werken zijn uit grootmoeders tijd en moeten nog worden aangetrapt. Tegenover de rij met kleermakers zit een rij met stofwinkels. Het is binnen tamelijk donker, maar in ieder geval minder warm dan buiten.

Ik kies een stof uit voor een Gandhi-hemd en na een aantal malen het maken van een broek of nog een hemd te hebben afgewezen verdwijn ik om het paleis van Madurai te gaan bezoeken. Het hemd is binnen twee uur klaar, maar ik hoef er niet op te wachten.

Ik heb nog wat filmrolletjes nodig en loop een souvenirzaakje binnen. Had ik dat maar niet gedaan. Ik kijk even naar de beeldjes van Ganesh, de god met de olifantenkop. De eigenaar komt naast me staan en zet voor ik het weet beeldje voor beeldje voor me neer. Zodra ik iets meer weet van de basiscollectie komt hij met de 'special collection' aandraven. Die is inderdaad erg mooi. Vervolgens wordt er een boek opengeslagen met rekeningen naar Holland en de formulieren voor belastingvrijstelling. Hier ben ik al eens eerder ingetuind, maar dat laat ik niet merken. It is really very nice, really very nice, zeg ik sullig om toch niet al te dom over te komen. Oke sir, I will give you a special morning business, zegt de verkoper sluw, you are my first client. Om half twaalf, denk ik verbaasd maar ik zeg, So, what do you propose? I will give you a large reduction on the price. Spontaan gaat er 15% van de prijs af die met stickertjes op het voorwerp zit geplakt. Still it is too expensive for me, besluit ik. Allright, for you I have the cheaper product, still very good, but much less expensive. It is from Kashmir. You know Kashmir? Yes, yes, in the north zeg ik en denk erachter aan, die provincie met beroepsoplichters. This item was brought by a very special friend of mine directly from Kashmir. That is why it is very much less expensive.

Kom dan nog maar eens uit zo'n winkel. Ik heb gelukkig de vluchtroute van de filmrolletjes en met het verhaal dat ik vanavond terugkom schiet ik verhit uit de koelte van de winkel de warme straat op.

Op weg naar het paleis kom ik in twee demonstraties terecht. De eerste is een road safety demonstratie met veel schoolkinderen. De tweede demonstratie is enger met veel politieke slogans, zwarte kleren en vlaggen met rode stippen. Het wordt duidelijk niet gewaardeerd als ik tegen de demonstratie in ga lopen.

Het Tirumalai Nayak paleis valt wat tegen. Het bestaat uit een grote onoverdekte hal met zuilengalerijen aan beide kanten. Het overdekte gedeelte bevat een troon en een danszaal die is uitgerust als museum met wat beeldhouwwerk en potten. Het paleis is gebouwd in 1636, maar is zodanig vervallen dat alleen drastische restauratie nog kan helpen.

Terug in het hotel neem ik een thali in mijn nieuwe Gandhi shirt. Overdag is het restaurant alleen binnen. 's Avonds is er een gezellige binnenplaats met rieten stoelen. In het snikhete vertrek geniet ik van het snikhete gerecht. Rijst, brood en de 10 sausjes in kommetjes zien er smakelijk uit en met mijn vingers, die even later net zo branden als mijn mond, roer ik de prak door elkaar. In feite is dit de Indiase versie van hutspot.

's Avonds ga ik terug naar het paleis. Er is een geavanceerde lichtshow met de geschiedenis van de vorst die het paleis heeft laten bouwen. Woorden, muziek en dierengeluiden wisselen elkaar af, maar van het verhaal is weinig te begrijpen. Na een uurtje ga ik terug naar het hotel. Morgen wacht weer een vermoeiende dag.

 

Naar Hoofdstuk 8