Home. Work. Stories. Films. Art. Heaven. Contact.

Hoofdstuk 11 Zonnecellen en zeemannen in Bombay

Voor de tweede keer in drie weken kom ik 's avonds in het donker op het vliegveld van Bombay aan. Samen met twee andere mensen worden we in een luxe touring car van het binnenlandse vliegveld naar het centrum vervoerd. Binnen een uur wordt ik gedropt, vlakbij Nariman Point en het Taj Inter-Continental hotel. Op de Colaba Causeway liggen al meerdere mensen te slapen en ik ga maar snel aan de wandel met mijn tassen. Al snel vindt ik het Sea Palace hotel, met iets teveel luxe en dertig gulden per nacht relatief prijzig, maar het ligt dicht bij de toeristische attracties. Ik heb trouwens bar weinig zin om nog een uur met al mijn spullen door donker Bombay te gaan lopen.

Het is gelukkig nog mogelijk om een maaltijd te krijgen in het hotel. Ik zit als enige in de eetzaal en gedurende de hele maaltijd staat een jongen in vlekkeloos wit naast me om zodra ik de laatste hap naar binnen werk het bord weg te nemen. Voor Indiërs waarschijnlijk een toppunt van dienstverlening. Daarentegen zal de gemiddelde Nederlander zich enigszins opgelaten voelen als de ober tijdens het eten zo op zijn bord kijkt.

De volgende dag bezoek ik een paar toeristische attracties van Bombay. Ik begin met het kopen van een kaartje naar Elephanta eiland. Dit eiland ligt op ongeveer 10 kilometer van het centrum van Bombay en is de belangrijkste bezienswaardigheid. Er staan vier tempels die omstreeks 450-750 na het begin van de jaartelling uit de rotsen zijn gehouwen. De boot doet er ruim een uur over. Als we aankomen moeten we via een provisorische loopbrug aan land, omdat de kade tijdelijk buiten gebruik is.

Na het beklimmen van veel treden, ook deze tempels staan weer op een fikse heuvel, krijgen we uitleg van een goed Engels sprekende jongedame. De standbeelden van Shiva en Parvati zijn door de Portugezen beschadigd, maar nog steeds heel imponerend. Shiva is te zien in een driekoppige verschijning, waar hij de rollen van Brahma en Vishnu overneemt als schepper en behouder. Andere panelen laten hem zien tijdens het trouwen, als vereniger van de beide seksen en als bestrijder van de demonische koning van Lanka. Deze laatste verdwijnt voor 10,000 jaar onder de woonberg van het paar als hij deze probeert te verschuiven.

Na de rondleiding krijgen we een krap uur om zelf rond te lopen over het complex. Dan gaat alles even fout. De natte rotsbodem blijkt verraderlijk glad te zijn en ik ga onderuit. Mijn pols heeft de klap opgevangen, maar is gelukkig alleen maar licht verstuikt. Door de klap merk ik een paar honderd meter verderop dat de dop van mijn veldfles is losgeschoten. Als ik de spullen uit mijn natte tas haal, grist een grote brutale aap mijn laatste etenswaren weg en verdwijnt ermee de bomen in.

Ik laat de tempels voor wat ze zijn, want dit is godenwerk. Bovendien heb ik onderaan de heuvel een bord gezien met 'kom en bezoek de zonnekrachtcentrale van Elephanta eiland'. Daar ik mij daar in Nederland ook mee bezig hou, wil ik de centrale graag zien. Ik huur een lokale visser en de oude man loopt voor me uit langs het strand en door het woud. Plotseling blijft hij geschrokken staan. Voor hem flitst een kleine slang over het pad. Die zou wel eens giftig kunnen zijn, denk ik, anders schrikt de goede man niet zo. Maar misschien is hij ook wel visser geworden, omdat hij bang voor slangen is.

Het is vochtig warm en de oude man beweegt zich snel voort. Na ongeveer 20 minuten zijn we bij een klein dorpje midden in de bush. Op een afgelegen plaats staat ook de zonnekrachtcentrale. Het blijkt een set panelen te zijn, omgeven door een hek en met een kleine ruimte voor de accu-opslag. Groot is het allemaal niet en ik voel me wat teleurgesteld. Als ik dichterbij kom, zie ik tot mijn verrassing dat de fabrikant uit Nederland komt. It's a small world.

In het dorpje zijn de huizen aangesloten op het elektriciteitsnetje van de zonnepanelen. Er is zelfs een vorm van openbare verlichting en hier en daar zie ik een televisie in de hutjes van stro. Je weet vaak niet waar ze het vandaan halen, maar in veel ontwikkelingslanden is een televisie het eerste ding dat mensen aanschaffen als ze elektriciteit krijgen. Verder is er weinig te zien en we lopen terug naar de aanlegplaats van de boten.

Terug in Bombay bezoek ik 's middags St. John's Church, gebouwd in 1847 en gewijd aan de Engelse soldaten die in 1838 en 1843 in het huidige Pakistan vielen. Daarna ga ik naar het Prince of Wales museum. Dit museum is rond de laatste jaarwisseling gebouwd ter ere van het bezoek van koning George de Vijfde, die toen nog prins was. Er is veel te zien: schilderijen, oude Boeddhabeelden, sieraden en opgezette dieren. Jammer genoeg is er geen gelegenheid om iets te drinken en daarom verlaat ik te vroeg en met uitgedroogde keel het museum.

De straten achter het Taj Mahal hotel vormen, naast het beroemde Chowpatty strand, het uitgangscentrum van Bombay. Ik les mijn dorst met een biertje in een bruine kroeg, ook die bestaan in Bombay, en loop langs de winkels. Een mobiele verkoper van oude tam-tams blijft aandringen. Ik moet en zal een trommel kopen. Hij loopt met me mee en uiteindelijk ruilen we een kleine kapotte trommel voor mijn defecte paraplu. Waarschijnlijk zijn we ook nog allebei tevreden. Hij heeft een op te lappen westerse paraplu die hij zo door kan verkopen in dit regenachtige seizoen. Ik heb een mysterieuze vervoerbare Indiase tam-tam en daar ik toch niet kan tam-tammen zal het me een zorg zijn dat de spanning van het vel niet optimaal is.

De volgende man dient zich al weer aan. Hij stelt zich voor als een zeeman uit Sri Lanka en zegt dat hij gestrand is in Bombay. Hij heeft een prachtig en zeer geloofwaardig verhaal hoe zijn schip hier aan de ketting terecht is gekomen en dat hij al twee maanden in Bombay zit te wachten om op een ander schip aan te monsteren. Nu is zijn geld op. Het enige wat hij van mij wil is iets te eten en als het kan even telefoneren naar huis, zodat ze geld over kunnen maken.

Dat komt uit, ik heb nog steeds dorst. We gaan in een kleine eetgelegenheid zitten en ik bestel twee thee plus een omelet met brood voor hem. De man heeft echt honger of een professionele toneelopleiding gevolgd in Colombo. Hij schrokt het ei en het brood naar binnen. One feels so helpless and desperate when one does not has any food in its stomach, zegt hij met volle mond. Ondertussen zijn we aan het brainstormen hoe we iets aan zijn hopeloze situatie kunnen doen. Als ik met hem mee ga naar een telefooncentrale en voor hem betaal is alles in orde. Hij stuurt me het geld terug, zodra hij in Colombo is.

Toch aarzel ik wat. Ik ben er voor 90% van overtuigd dat het verhaal van deze man waar is, maar ik durf niet met hem mee te gaan. De overige 10% houdt immers beroving of nog erger in. Uiteindelijk neem ik hem mee naar mijn hotel en geef hem buiten op straat vijfentwintig gulden en mijn werkadres in Nederland. Hij bedankt me haast huilend en zegt dat hij blij is dat er nog mensen bestaan, die hart hebben voor hun medemens in nood. Als hij weg is, heb ik voor 90% het gevoel te zijn bedrogen op een zeer geavanceerde manier. Een oude vrouw slaat me hoofdschuddend gade. 'En hij zag er nog wel zo slim uit', denkt ze waarschijnlijk.






Naar Hoofdstuk 12